Geen bevoegdheid tot opschorting bestaat:

  1. voor zover de nakoming van de verbintenis van de wederpartij wordt verhinderd door schuldeisersverzuim;

  2. voor zover de nakoming van de verbintenis van de wederpartij blijvend onmogelijk is;

  3. voor zover op de vordering van de wederpartij geen beslag is toegelaten.