Burgerlijk Wetboek Boek 6

Inhoud
Boek 6 Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht
Titel 1 Verbintenissen in het algemeen
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 Pluraliteit van schuldenaren en hoofdelijke verbondenheid
Afdeling 3 Pluraliteit van schuldeisers
Afdeling 4 Alternatieve verbintenissen
Afdeling 5 Voorwaardelijke verbintenissen
Afdeling 6 Nakoming van verbintenissen
Afdeling 7 Opschortingsrechten
Afdeling 8 Schuldeisersverzuim
Afdeling 9 De gevolgen van het niet nakomen van een verbintenis
Afdeling 10 Wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding
Afdeling 11 Verbintenissen tot betaling van een geldsom
Afdeling 12 Verrekening
Titel 2 Overgang van vorderingen en schulden en afstand van vorderingen
Titel 3 Onrechtmatige daad
Titel 4 Verbintenissen uit andere bron dan onrechtmatige daad of overeenkomst
Titel 5 Overeenkomsten in het algemeen
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 Het tot stand komen van overeenkomsten
Afdeling 2a Informatie over dienstverrichters en hun diensten naar aanleiding van de dienstenrichtlijn
Afdeling 2ab Toegankelijkheidsvoorschriften voor dienstverleners en hun e-handelsdiensten naar aanleiding van de toegankelijkheidsrichtlijn
Afdeling 2b Bepalingen voor overeenkomsten tussen handelaren en consumenten
Paragraaf 1 – Algemene bepalingen
Paragraaf 2 – Bepalingen voor overeenkomsten anders dan op afstand of buiten de verkoopruimte
Paragraaf 3 – Bepalingen voor overeenkomsten op afstand en overeenkomsten buiten de verkoopruimte
Paragraaf 4 – Aanvullende bepalingen voor overeenkomsten buiten de verkoopruimte
Paragraaf 5 – Aanvullende bepalingen voor overeenkomsten op afstand
Paragraaf 6 – Specifieke bepalingen voor overeenkomsten op afstand en buiten de verkoopruimte inzake financiële producten en financiële diensten
Afdeling 3 Algemene voorwaarden
Afdeling 4 Rechtsgevolgen van overeenkomsten
Afdeling 5 Wederkerige overeenkomsten

Artikel 177a

HISTORISCH
  1. Bij fysieke schade aan gebouwen en werken, die naar haar aard redelijkerwijs schade door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of gasopslag bij Norg of de gasopslag bij Grijpskerk zou kunnen zijn, wordt vermoed dat die schade veroorzaakt is door de aanleg of de exploitatie van dat mijnbouwwerk.

  2. De benadeelde kan zich slechts beroepen op het vermoeden, bedoeld in het eerste lid, indien hij de exploitant, bedoeld in artikel 177, op diens verzoek de relevante bescheiden betreffende het gebouw of werk ter inzage geeft indien hij daarover beschikt, en de exploitant genoegzaam gelegenheid geeft de schade te onderzoeken.

  3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen een of meer gebieden worden vastgesteld waarbinnen het vermoeden, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval geldt.

25-06-2026 Huidig 01-07-2025 Historisch 28-06-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 25-06-2023 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 28-05-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 27-04-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2023.

Tekst van deze versie

  1. Bij fysieke schade aan gebouwen en werken, die naar haar aard redelijkerwijs schade door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of gasopslag bij Norg of de gasopslag bij Grijpskerk zou kunnen zijn, wordt vermoed dat die schade veroorzaakt is door de aanleg of de exploitatie van dat mijnbouwwerk.

  2. De benadeelde kan zich slechts beroepen op het vermoeden, bedoeld in het eerste lid, indien hij de exploitant, bedoeld in artikel 177, op diens verzoek de relevante bescheiden betreffende het gebouw of werk ter inzage geeft indien hij daarover beschikt, en de exploitant genoegzaam gelegenheid geeft de schade te onderzoeken.

  3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen een of meer gebieden worden vastgesteld waarbinnen het vermoeden, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval geldt.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Burgerlijk Wetboek Boek 6