Wijzigingen in deze wet

Besluit houders van dieren op 07-07-2026

Alleen artikelen met een inhoudelijke wijziging worden getoond. De diff gebruikt dezelfde opbouw als op de versie-tab van een artikel.

Besluit houders van dieren

Vergelijking tussen 01-01-2026 en 07-07-2026

13 gewijzigde artikelen

Artikel 1.39

Gewijzigd

De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op:

de aard en indeling van deinrichting;de inrichting;

de minimale verblijfsduur op een inrichting;

Nieuwe tekst
  1. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het verblijf van evenhoevigen op een inrichting nadat die dieren of andere dieren op die inrichting zijn aangevoerd.

  2. De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op:

    1. de aard en indeling van de inrichting;

    2. de minimale verblijfsduur op een inrichting;

    3. de soorten of categorieën dieren.

Artikel 1.44

Gewijzigd

Het is verboden schapen of geiten te insemineren of zo te houden dat bevruchting kan plaatsvinden van schapen of geiten die op een inrichting waar een besmetting met Q-koorts is vastgesteld aanwezig zijn geweest tussen het tijdstip waarop die besmetting is vastgesteld en 1 juni 2010.

Het eerste lid is niet van toepassing op vrouwelijke dieren, geboren op of na 1 juli 2009.

Nieuwe tekst
  1. Het is verboden schapen of geiten te insemineren of zo te houden dat bevruchting kan plaatsvinden van schapen of geiten die op een inrichting waar een besmetting met Q-koorts is vastgesteld aanwezig zijn geweest tussen het tijdstip waarop die besmetting is vastgesteld en 1 juni 2010.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op vrouwelijke dieren, geboren op of na 1 juli 2009.

Artikel 2.46

Gewijzigd

De invoer van kalveren die vanuit een derde land via Nederland voor het eerst op het grondgebied van de de Europese Unie worden gebracht, is slechts toegestaan indien de kalveren vergezeld gaan van een geldig, door de bevoegde autoriteit van dat derde land afgegeven, volledig ingevuld en gedagtekend certificaat als bedoeld in artikel 8 van richtlijn 2008/119/EG van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren (Gecodificeerde versie; PbEU 2008, L 10).

Nieuwe tekst

De invoer van kalveren die vanuit een derde land via Nederland voor het eerst op het grondgebied van de Europese Unie worden gebracht, is slechts toegestaan indien de kalveren vergezeld gaan van een geldig, door de bevoegde autoriteit van dat derde land afgegeven, volledig ingevuld en gedagtekend certificaat als bedoeld in artikel 8 van richtlijn 2008/119/EG van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren (Gecodificeerde versie; PbEU 2008, L 10).

Artikel 2.50

Gewijzigd

de bezettingsdichtheid niet hoger is dan 42 kg/m2, en

wordt voldaan aan het gestelde bij of krachtens de artikelen 2.55 tot en met 2.64.2.63.

Nieuwe tekst
  1. Het is verboden vleeskuikens te houden.

  2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien:

    1. de bezettingsdichtheid niet hoger is dan 33 kg/m2, en

    2. wordt voldaan aan de artikelen 2.51 tot en met 2.54.

  3. In afwijking van het eerste lid en het tweede lid, onderdeel a, is het toegestaan vleeskuikens te houden met een hogere bezettingsdichtheid dan 33 kg/m2, indien:

    1. de bezettingsdichtheid niet hoger is dan 39 kg/m2, en

    2. wordt voldaan aan de artikelen 2.55 tot en met 2.58.

  4. In afwijking van het eerste lid, het tweede lid, onderdeel a en het derde lid, is het toegestaan vleeskuikens te houden met een hogere bezettingsdichtheid dan 39 kg/m2, indien:

    1. de bezettingsdichtheid niet hoger is dan 42 kg/m2, en

    2. wordt voldaan aan het gestelde bij of krachtens de artikelen 2.55 tot en met 2.63.

Artikel 2.64

Gewijzigd

Voor⚠ de toepassing van ditDit artikel wordtis verstaan onder een nieuw pluimveebedrijf: een pluimveebedrijf waar vleeskuikens worden gehouden en dat van start gaat na de inwerkingtreding van deze paragraaf.vervallen.Vervallen

De artikelen 2.60 tot en met 2.62 zijn niet van toepassing op een pluimveebedrijf waar voorafgaand aan 1 februari 2011 vleeskuikens worden gehouden tot het tijdstip waarop door een ambtenaar als bedoeld in artikel 114, eerste lid, van de wet toezicht is uitgeoefend op de naleving van deze paragraaf.

De houder van een pluimveebedrijf als bedoeld in het tweede lid stelt Onze Minister binnen 15 dagen na inwerkingtreding van deze paragraaf in kennis van zijn voornemen om een zodanig aantal vleeskuikens te houden dat de bezettingsdichtheid na de inwerkingtreding van deze paragraaf hoger zal zijn dan 39 kg/m2.

Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op:

een nieuw pluimveebedrijf;

een pluimveebedrijf waar voorheen vleeskuikens werden gehouden op een wijze als bedoeld in artikel 2.49, eerste lid, en dat overstapt op het houden van vleeskuikens op een wijze waarop deze paragraaf van toepassing is.

Nieuwe tekst
⚠ Dit artikel is vervallen.

Vervallen

Artikel 2.65

Gewijzigd

De houder die voornemens is wijziging aan te brengen in het door hem te houden aantal vleeskuikens, waardoor de bezettingsdichtheid lager wordt dan 33 of 39 kg/m2, stelt Onze Minister ten minste 15 dagen voordat het desbetreffende koppel in de stal wordt geplaatst, in kennis van zijn voornemen.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de kennisgeving, bedoeld in artikel 2.64, derde lid, enkennisgeving in het eerste lid, plaatsvindt.

Nieuwe tekst

De houder die voornemens is wijziging aan te brengen in het door hem te houden aantal vleeskuikens, waardoor de bezettingsdichtheid lager wordt dan 33 of 39 kg/m2, stelt Onze Minister ten minste 15 dagen voordat het desbetreffende koppel in de stal wordt geplaatst, in kennis van zijn voornemen.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de kennisgeving in het eerste lid, plaatsvindt.

Artikel 6.2

Gewijzigd

Tot⚠ enDit met 22 april 2016artikel is het toegestaan om een voedster als bedoeld in artikel 2.76j buiten de periode van drie dagen voor het berekende tijdstip van werpen tot en met 18 dagen na het werpen te huisvesten in een kooi als bedoeld in artikel 2.76o, tweede lid.vervallen.Vervallen

Tot en met 22 april 2016 is het degene die konijnen houdt in een huisvestingssysteem dat op 23 april 2006 reeds in gebruik was toegestaan om af te wijken van de artikelen 2.76o, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2, onderdelen b en c, tweede lid en het vierde tot en met zesde lid, onderdelen a en b, op voorwaarde dat de houder ten minste 50 punten behaalt volgens de tabel in bijlage III bij dit besluit.

Onze Minister kan tot en met 22 april 2016 ontheffing verlenen van de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, aan een konijnenhouder als bedoeld in artikel 16, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Verordening welzijnsnormen konijnen (PPE) 2006, zoals dat luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van dit lid.

Een ontheffing als bedoeld in het derde lid wordt verleend voor een periode van een jaar.

Ontheffingen, verleend op grond van artikel 16, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening welzijnsnormen konijnen (PPE) 2006 worden aangemerkt als ontheffingen als bedoeld in het derde lid.

Het tweede lid is niet van toepassing op degene aan wie een ontheffing is verleend als bedoeld in het derde of vijfde lid, en die is ingetrokken.

Nieuwe tekst
⚠ Dit artikel is vervallen.

Vervallen

Artikel 6.3

Gewijzigd

Artikel⚠ 2.18,Dit vierde lid,artikel is gedurende 10 jaar na het in dat lid bedoelde tijdstip niet van toepassing indien de gebruiker van de stal kan aantonen dat:vervallen.Vervallen

de stal vóór het in artikel 2.18, vierde lid, bedoelde tijdstip in gebruik is genomen, en

de stal of de vloer van de stal na het in artikel 2.18, vierde lid, bedoelde tijdstip niet is verbouwd of herbouwd.

In afwijking van artikel 2.11 wordt in dit artikel verstaan onder stal: de kleinste eenheid waarin varkens kunnen worden gehuisvest.

Nieuwe tekst
⚠ Dit artikel is vervallen.

Vervallen

Artikel 6.5

Gewijzigd

De⚠ artikelenDit 3.8,artikel vijfdeis lid, 3.12, tweede lid, en 3.14, zesde lid, zijn gedurende vier maanden vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van die artikelen niet van toepassing.vervallen.Vervallen

Artikel 3.11, vierde lid, is ten aanzien van:

honden en katten gedurende vier maanden vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel niet van toepassing;

andere gezelschapsdieren dan honden en katten gedurende een periode van vijf jaar vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel niet van toepassing.

Nieuwe tekst
⚠ Dit artikel is vervallen.

Vervallen

Artikel 6.6

Gewijzigd

Artikel 3.11, eerste lid, is gedurende een periode van vijf jaar vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel niet van toepassing:

indien degene die verantwoordelijk is voor de in artikel 3.6 bedoelde activiteiten desgevraagd kan aantonen dat de inrichting voor het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel in gebruik is genomen en het een inrichting betreft waarvoor geen aanmeldingsplicht bestond op basis van artikel 3, eerste lid, van het Honden- en Kattenbesluit 1999, zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van intrekking van dat besluit;

ten aanzien van andere gezelschapsdieren dan honden en katten, indien degene die verantwoordelijk is voor de in artikel 3.6 bedoelde activiteiten desgevraagd kan aantonen dat het een inrichting betreft waarvoor een aanmeldingsplicht bestond op basis van artikel 3, eerste lid, van het Honden- en kattenbesluit 1999, zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van intrekking van dat besluit, waar ook andere gezelschapsdieren werden gehouden dan honden en katten.

Het erkende bewijs van vakbekwaamheid op basis van het Honden- en kattenbesluit 1999, zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van intrekking van dat besluit, geldt als bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 3.11, voor zover activiteiten worden verricht met honden en katten.

Nieuwe tekst

Het erkende bewijs van vakbekwaamheid op basis van het Honden- en kattenbesluit 1999, zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van intrekking van dat besluit, geldt als bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 3.11, voor zover activiteiten worden verricht met honden en katten.

Artikel 6.7

Gewijzigd

Een aanmelding bij Onze Minister die is verricht op grond van artikel 3, eerste lid van het Honden- en kattenbesluit 1999, zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van intrekking van dat besluit, geldt als een aanmelding als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, voor activiteiten met honden of katten, voor zover die activiteiten bij die eerdere aanmelding zijn gemeld.

Artikel 3.8, vierde lid, is gedurende een periode van vier maanden vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel niet van toepassing op een inrichting, indien degene onder wiens verantwoordelijkheid de in artikel 3.6 bedoelde activiteiten op die inrichting worden verricht:

desgevraagd kan aantonen dat de inrichting vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel in gebruik is genomen en het een inrichting betreft waarvoor geen aanmeldingsplicht bestond op basis van artikel 3, eerste lid, van het Honden- en Kattenbesluit 1999, en

binnen vier maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel, de inrichting bij Onze Minister aanmeldt.

Nieuwe tekst

Een aanmelding bij Onze Minister die is verricht op grond van artikel 3, eerste lid van het Honden- en kattenbesluit 1999, zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van intrekking van dat besluit, geldt als een aanmelding als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, voor activiteiten met honden of katten, voor zover die activiteiten bij die eerdere aanmelding zijn gemeld.

Artikel 6.8

Gewijzigd

Artikel⚠ 3.13, eerste lid, enDit artikel 3.14,is derde en vierde lid, zijn gedurende een periode van drie jaar vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van die artikelen niet van toepassing.vervallen.Vervallen

De artikelen 9 en 10 van het Honden- en kattenbesluit 1999, zoals dat gold onmiddellijk voor intrekking van dat besluit, blijven van toepassing, gedurende drie jaar vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 3.13 en 3.14.

Nieuwe tekst
⚠ Dit artikel is vervallen.

Vervallen

Bijlage III — als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, van het besluit

Artikel 2.76oVervallen

Aantal punten als aan de voorschriften is voldaan

1. Eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2, vijfde lid en zesde lid, onderdeel a, voor zover dat betrekking heeft op het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2

10

2. Eerste lid, onderdeel a, aanhef

10

3. Eerste lid, onderdelen b en c

10

4. Zesde lid, voor zover dat lid betrekking heeft op het oppervlak van een kooi als bedoeld in het eerste lid en voor zover het een voorschrift betreft dat niet reeds onder de reikwijdte van punt 1 van deze bijlage valt.

5

5. Tweede lid, onderdeel a

10

6. Tweede lid, onderdeel b

10

7. Zesde lid, onderdelen a en b, voor zover die betrekking hebben op een kooi als bedoeld in de aanhef van het tweede lid

5

8. Vierde lid, aanhef, voor zover die betrekking heeft op het houden van dieren in een groep

5

9. Vierde lid, onderdeel a, subonderdeel 1 respectievelijk subonderdeel 2

20

10. Vierde lid, onderdeel b, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een kooi zonder plateau

10

11. Zesde lid, onderdelen a en b, voor zover die onderdelen betrekking hebben op een kooi als bedoeld in de aanhef van het vierde lid

5

Nieuwe tekst

Bijlage III — als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, van het besluit

Vervallen