-
In geval van een aanvullend bloedonderzoek stelt het laboratorium waaraan de onderzoeker is verbonden die het bloedonderzoek heeft verricht, het voor dat onderzoek bestemde buisje met bloed ter beschikking aan de onderzoeker.
-
Op het aanvullend bloedonderzoek zijn de artikelen 12, 13, eerste lid, onder d, en tweede lid, en 14 tot en met 17 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat
de termijn waarbinnen het aanvullend bloedonderzoek dient te zijn verricht, vier weken na ontvangst van het buisje met bloed is, of zes weken indien zich bijzondere omstandigheden voordoen als gevolg waarvan de termijn van vier weken in redelijkheid niet haalbaar is,
de hulpofficier van justitie belast is met de in artikel 14, eerste lid, genoemde taak, en
de opsporingsambtenaar belast is met de in artikel 17 genoemde taak.
Inhoud
Artikel 18
Tekst van deze versie
-
In geval van een aanvullend bloedonderzoek stelt het laboratorium waaraan de onderzoeker is verbonden die het bloedonderzoek heeft verricht, het voor dat onderzoek bestemde buisje met bloed ter beschikking aan de onderzoeker.
-
Op het aanvullend bloedonderzoek zijn de artikelen 12, 13, eerste lid, onder d, en tweede lid, en 14 tot en met 17 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat
de termijn waarbinnen het aanvullend bloedonderzoek dient te zijn verricht, vier weken na ontvangst van het buisje met bloed is, of zes weken indien zich bijzondere omstandigheden voordoen als gevolg waarvan de termijn van vier weken in redelijkheid niet haalbaar is,
de hulpofficier van justitie belast is met de in artikel 14, eerste lid, genoemde taak, en
de opsporingsambtenaar belast is met de in artikel 17 genoemde taak.
Nog geen automatische verwijzingen.