Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer

Inhoud

Artikel 11

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 15-03-2018.
  1. Indien het ademonderzoek het vermoeden bevestigt dat het alcoholgehalte in de adem van de verdachte hoger is dan op grond van artikel 8, tweede lid, onder a, of derde lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27, tweede lid, onder a, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 4, tweede lid, onder a, van de Spoorwegwet, artikel 41, tweede lid, onder a, van de Wet lokaal spoor of artikel 2.12, derde lid, onder a, van de Wet luchtvaart is toegestaan, vermeldt de opsporingsambtenaar het resultaat van het onderzoek in het proces-verbaal.

  2. De opsporingsambtenaar deelt het resultaat van het ademonderzoek direct aan de verdachte mede en wijst hem, indien het ademonderzoek het vermoeden bevestigt dat het alcoholgehalte in zijn adem hoger is dan op grond van artikel 8, eerste, tweede, derde of vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27, eerste of tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 4, eerste of tweede lid, van de Spoorwegwet, artikel 41, eerste of tweede lid, van de Wet lokaal spoor of artikel 2.12, eerste of derde lid, van de Wet luchtvaart is toegestaan, erop dat hij het recht op tegenonderzoek heeft.

  3. Het tegenonderzoek geschiedt door middel van een bloedonderzoek. De artikelen 12 tot en met 17 en 19 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

    1. de verdachte direct nadat hij op het recht op tegenonderzoek is gewezen aan de opsporingsambtenaar kenbaar dient te maken dat hij van dat recht gebruikmaakt, en het bloed van de verdachte direct daarna wordt afgenomen, en

    2. de bloedafname van de verdachte voor zijn rekening geschiedt en niet wordt gedaan dan nadat hij daarvoor aan de organisatie waarbij de opsporingsambtenaar werkzaam is en die voor de bloedafname zorgdraagt, een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag heeft betaald.

01-07-2022 Huidig 15-03-2018 Historisch 01-07-2017 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2017.

Tekst van deze versie

  1. Indien het ademonderzoek het vermoeden bevestigt dat het alcoholgehalte in de adem van de verdachte hoger is dan op grond van artikel 8, tweede lid, onder a, of derde lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27, tweede lid, onder a, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 4, tweede lid, onder a, van de Spoorwegwet, artikel 41, tweede lid, onder a, van de Wet lokaal spoor of artikel 2.12, derde lid, onder a, van de Wet luchtvaart is toegestaan, vermeldt de opsporingsambtenaar het resultaat van het onderzoek in het proces-verbaal.

  2. De opsporingsambtenaar deelt het resultaat van het ademonderzoek direct aan de verdachte mede en wijst hem, indien het ademonderzoek het vermoeden bevestigt dat het alcoholgehalte in zijn adem hoger is dan op grond van artikel 8, eerste, tweede, derde of vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27, eerste of tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 4, eerste of tweede lid, van de Spoorwegwet, artikel 41, eerste of tweede lid, van de Wet lokaal spoor of artikel 2.12, eerste of derde lid, van de Wet luchtvaart is toegestaan, erop dat hij het recht op tegenonderzoek heeft.

  3. Het tegenonderzoek geschiedt door middel van een bloedonderzoek. De artikelen 12 tot en met 17 en 19 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

    1. de verdachte direct nadat hij op het recht op tegenonderzoek is gewezen aan de opsporingsambtenaar kenbaar dient te maken dat hij van dat recht gebruikmaakt, en het bloed van de verdachte direct daarna wordt afgenomen, en

    2. de bloedafname van de verdachte voor zijn rekening geschiedt en niet wordt gedaan dan nadat hij daarvoor aan de organisatie waarbij de opsporingsambtenaar werkzaam is en die voor de bloedafname zorgdraagt, een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag heeft betaald.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer