-
Onze Minister kan voor een wegvak in beheer bij het Rijk in het kader van een experiment een tijdelijk verkeersbesluit nemen voor toepassing van een variabele maximumsnelheid voor de duur van ten hoogste twee jaar.
-
Met een experiment wordt beoogd inzicht te verkrijgen in:
de verkeerskundige effecten;
de effecten op de geluidbelasting en luchtkwaliteit;
de effecten op de verkeersveiligheid, en
de effecten op de naleving van de maximumsnelheid;
bij toepassing van een variabele maximumsnelheid of bij het aanpassen van de maximumsnelheid aan de omstandigheden, bedoeld in artikel 60c.
Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 22-03-2026.
Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II Verkeerstekens en maatregelen ter regeling van het verkeer
Hoofdstuk IIA Bewegwijzering
Hoofdstuk IIb Verkeersonderzoeken en spitsmijdenprojecten
Hoofdstuk III Vaststelling bebouwde kom
Hoofdstuk IV Gehandicaptenparkeerkaart
Hoofdstuk V Verkeersregelaars en verkeersbrigadiers
Hoofdstuk VI Strafbepaling
Hoofdstuk VII Bepalingen inzake experimenten
Hoofdstuk VIII Inwerkingtreding
Hoofdstuk IX Citeertitel
Hoofdstuk VII
Artikel 60a
-
Het experimentverkeersbesluit bevat in elk geval:
de duur van het experiment;
het wegvak of de wegvakken waarop het besluit van toepassing is;
ten minste één maximumsnelheid voor elk wegvak;
de werkwijze bij evaluatie van de effecten, bedoeld in artikel 60, tweede lid.
-
Voor een wegvak kan slechts eenmaal een experimentverkeersbesluit worden genomen.
Artikel 60b
-
Onze Minister kan bij het nemen, wijzigen of intrekken van een experimentverkeersbesluit afwijken van:
de artikelen 24, 25 en 27 van dit besluit;
hoofdstuk II, paragraaf 4 van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens.
-
Artikel 20 van de wet is bij het nemen van een experimentverkeersbesluit niet van toepassing.
Artikel 60c
-
Onze Minister kan tijdens de duur van het experiment de maximumsnelheid voor een wegvak of één of meer rijstroken binnen dat wegvak op verschillende tijdstippen van de dag aanpassen aan de omstandigheden.
-
Tot de omstandigheden die aanleiding kunnen vormen voor een aanpassing als bedoeld in het eerste lid, behoren in elk geval:
doorstroming van het verkeer;
weersomstandigheden;
onverwachte incidenten;
verkeersintensiteit.
-
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste en tweede lid.
Artikel 60d
Onze Minister kan met het oog op het experiment de borden, bedoeld in artikel 12, plaatsen of verwijderen tijdens de duur van het experiment.
Artikel 60e
-
Het experimentverkeersbesluit vervalt na afloop van de duur, bedoeld in artikel 60a, eerste lid, onder a.
-
Het verkeersbesluit zoals dat luidde tot het tijdstip waarop het experimentverkeersbesluit van kracht werd, herleeft met ingang van de datum waarop het experimentverkeersbesluit vervalt of wordt ingetrokken, tenzij een verkeersbesluit als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet met ingang van die datum in werking treedt.
Artikel 60f
-
In bijzondere omstandigheden kan Onze Minister tijdens het experiment het experimentverkeersbesluit wijzigen of intrekken.
-
Onze Minister kan de duur van een experiment verlengen tot het moment dat een verkeersbesluit als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet in werking treedt indien:
Onze Minister het ontwerp van een verkeersbesluit als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet ter inzage heeft gelegd, en
redelijkerwijze kan worden verwacht dat het verkeersbesluit niet in werking zal zijn getreden op het moment dat het experimentverkeersbesluit vervalt,
met dien verstande dat de totale duur niet de termijn van twee jaar, genoemd in artikel 60, eerste lid, overschrijdt.
Artikel 60g
In afwijking van artikel 27 treedt een experimentverkeersbesluit of een besluit tot wijziging of tot intrekking van een experimentverkeersbesluit in werking met ingang van de dag, nadat een termijn van twee weken na de dag waarop het besluit is bekendgemaakt, is verstreken.