Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 22-03-2026.

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II Verkeerstekens en maatregelen ter regeling van het verkeer
Hoofdstuk IIA Bewegwijzering
Hoofdstuk IIb Verkeersonderzoeken en spitsmijdenprojecten
Hoofdstuk III Vaststelling bebouwde kom
Hoofdstuk IV Gehandicaptenparkeerkaart
Hoofdstuk V Verkeersregelaars en verkeersbrigadiers
Hoofdstuk VI Strafbepaling
Hoofdstuk VII Bepalingen inzake experimenten
Hoofdstuk VIII Inwerkingtreding
Hoofdstuk IX Citeertitel

Hoofdstuk V

Verkeersregelaars en verkeersbrigadiers

Artikel 56

  1. Verkeersregelaars worden aangesteld door:

    1. Onze Minister, indien het gaat om

      1. transportbegeleiders, of

      2. verkeersregelaars met in het kader van het beroep verkeersregelende taken, voor zover deze taken in meerdere provincies op het grondgebied van meerdere niet aangrenzende gemeenten worden uitgevoerd.

    2. de burgemeester van de gemeente waar de werkzaamheden worden verricht, in de overige gevallen.

  2. Verkeersregelaars met in het kader van het beroep verkeersregelende taken worden uitsluitend als zodanig aangesteld indien deze taken naar het oordeel van het tot aanstelling bevoegd gezag:

    1. als hun hoofdwerkzaamheden worden beschouwd, of

    2. geacht worden nauw verband te houden met de uitoefening van hun hoofdwerkzaamheden.

  3. Het in het eerste lid genoemde bestuursorgaan kan de door hem afgegeven aanstelling in de bij ministeriële regeling aangegeven gevallen intrekken.

  4. Verkeersbrigadiers als bedoeld in artikel 82, derde lid, van het RVV 1990, worden aangesteld door de burgemeester.

Artikel 57

Op verkeersregelaars, personen als bedoeld in artikel 82, eerste lid, onderdeel d, van het RVV 1990 en op verkeersbrigadiers wordt toezicht gehouden door de politie.

Artikel 58

Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld omtrent:

  1. de aanstelling, de verlenging van de aanstelling van verkeersregelaars, alsmede de aanstelling van verkeersbrigadiers;

  2. het toezicht op verkeersregelaars en verkeersbrigadiers;

  3. de opleiding van verkeersbrigadiers;

  4. de opleiding en examinering van verkeersregelaars;

  5. de plaatsen waar en de tijdstippen waarop verkeersregelaars en verkeersbrigadiers hun taken mogen uitoefenen;

  6. de uitoefening van de bevoegdheden van verkeersregelaars en verkeersbrigadiers;

  7. de aanstellingspas;

  8. de gevallen waarin de aanstelling kan worden ingetrokken;

  9. de uitrusting van verkeersregelaars en verkeersbrigadiers, alsmede de begeleidingsvoertuigen en de hulpmiddelen die daarin aanwezig zijn.

Artikel 58a

  1. Transportbegeleiders maken tijdens de uitoefening van hun werkzaamheden gebruik van een begeleidingsvoertuig dat voldoet aan de in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 58, onderdeel i, opgenomen eisen.

  2. Verkeersregelaars dragen tijdens de uitoefening van hun werkzaamheden de kleding voorgeschreven in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 58, onderdeel i.

  3. Verkeersregelaars die krachtens de wet moeten beschikken over een aanstellingspas zijn verplicht dit document op eerste vordering van de in artikel 159, eerste lid, onderdeel a, van de wet genoemde personen ter inzage af te geven.

  4. Aanwijzingen als bedoeld in artikel 82, eerste lid, van het RVV 1990, worden voor zover het betreft verkeersregelaars niet zijnde weginspecteurs in dienst van Rijkswaterstaat, niet gegeven vanaf een motorrijtuig of, voorzover het betreft verkeersregelaars niet zijnde transportbegeleiders of weginspecteurs in dienst van Rijkswaterstaat, vanuit een motorrijtuig.

  5. Onverminderd het vierde lid, geven transportbegeleiders of weginspecteurs in dienst van Rijkswaterstaat vanuit een motorrijtuig geen aanwijzingen als bedoeld in artikel 82, eerste lid, van het RVV 1990, op wegen onder beheer van het Rijk of op kruispunten gelegen op andere wegen.

  6. Transportbegeleiders houden zich aan de in de ministeriële regeling gestelde regels als bedoeld in artikel 58, onderdeel f, over de uitoefening van hun bevoegdheden.

Artikel 58b

Het is eenieder die niet is aangesteld als verkeersregelaar verboden zich op zodanige wijze te kleden dan wel te gedragen, dat daardoor bij weggebruikers de indruk kan worden gewekt, dat hij bevoegd is als zodanig op te treden.

← terug naar Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)