-
Aan een gehandicapte kan, overeenkomstig de bij ministeriële regeling gestelde criteria, door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij als ingezetene met een adres is ingeschreven in de basisregistratie personen, een gehandicaptenparkeerkaart worden verstrekt.
-
Aan de zorgaanbieder in de zin van de Wet langdurige zorg en die zorg verleent als bedoeld in artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg kan, overeenkomstig de bij ministeriële regeling gestelde criteria, door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de instelling is gevestigd, een gehandicaptenparkeerkaart worden verstrekt ten behoeve van het vervoer van gehandicapten die in de betrokken instelling verblijven.
-
Aan een gehandicapte die niet als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen kan, overeenkomstig de bij ministeriële regeling gestelde criteria, door het CBR een gehandicaptenparkeerkaart worden verstrekt.
Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 22-03-2026.
Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II Verkeerstekens en maatregelen ter regeling van het verkeer
Hoofdstuk IIA Bewegwijzering
Hoofdstuk IIb Verkeersonderzoeken en spitsmijdenprojecten
Hoofdstuk III Vaststelling bebouwde kom
Hoofdstuk IV Gehandicaptenparkeerkaart
Hoofdstuk V Verkeersregelaars en verkeersbrigadiers
Hoofdstuk VI Strafbepaling
Hoofdstuk VII Bepalingen inzake experimenten
Hoofdstuk VIII Inwerkingtreding
Hoofdstuk IX Citeertitel
Hoofdstuk IV
Artikel 50
De houder van een gehandicaptenparkeerkaart laat van de kaart geen gebruik maken indien het parkeren niet rechtstreeks verband houdt met het vervoer van hemzelf, dan wel van het vervoer van gehandicapten die verblijven in de instelling waaraan de kaart is verstrekt.
Artikel 51
-
Behoudens het tweede en het derde lid is een gehandicaptenparkeerkaart geldig voor de duur van vijf achtereenvolgende jaren, gerekend vanaf de dag van afgifte.
-
Indien redelijke grond bestaat voor de verwachting dat de termijn gedurende welke de gehandicapte in aanmerking komt voor een gehandicaptenparkeerkaart, korter zal zijn dan vijf jaren, beperkt het gezag dat bevoegd is tot de afgifte van gehandicaptenparkeerkaarten, de geldigheidsduur tot die termijn.
-
Indien een gehandicaptenparkeerkaart wordt afgegeven aan een aanvrager die tijdelijk in Nederland verblijft, beperkt het gezag dat bevoegd is tot de afgifte van gehandicaptenparkeerkaarten, de geldigheidsduur van de kaart tot de termijn van verblijf van de aanvrager in Nederland.
Artikel 52
-
Het tot de afgifte van gehandicaptenparkeerkaarten bevoegde gezag geeft voor gehandicaptenparkeerkaarten die versleten of geheel of ten dele onleesbaar zijn, dan wel verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan, een duplicaat af.
-
Indien de gehandicaptenparkeerkaart is versleten of geheel of ten dele onleesbaar is geworden, wordt een duplicaat slechts uitgereikt tegen inlevering van de versleten of geheel of ten dele onleesbare kaart.
-
Indien de gehandicaptenparkeerkaart verloren is geraakt of teniet is gegaan, wordt een duplicaat slechts uitgereikt tegen overlegging van een door de aanvrager ondertekende verklaring, dat de kaart verloren is geraakt of teniet is gegaan. In de verklaring dienen de omstandigheden waaronder de kaart verloren geraakt of teniet gegaan is, te worden omschreven.
Artikel 53
-
Een gehandicaptenparkeerkaart verliest zijn geldigheid:
door het verstrijken van de geldigheidsduur;
door afgifte van een nieuwe gehandicaptenparkeerkaart of een duplicaat gehandicaptenparkeerkaart;
door het onbevoegd daarin aanbrengen van wijzigingen;
door het overlijden van de houder;
door ongeldigverklaring.
-
Het gezag dat de gehandicaptenparkeerkaart heeft afgegeven, verklaart de kaart ongeldig indien deze is afgegeven op grond van door de aanvrager verschafte onjuiste gegevens en de kaart niet zou zijn afgegeven indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest.
-
Het gezag dat de gehandicaptenparkeerkaart heeft afgegeven, kan de kaart ongeldig verklaren indien de houder van de kaart gebruik laat maken in strijd met artikel 50.
Artikel 54
Indien een gehandicaptenparkeerkaart zijn geldigheid heeft verloren, levert de gehandicapte aan wie de kaart is verstrekt of, indien deze is overleden, degene die de kaart onder zich heeft, de kaart zo spoedig mogelijk in bij het gezag dat de kaart heeft verstrekt.
Artikel 55
-
Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld omtrent:
de bestelling van gehandicaptenparkeerkaarten;
de afgifte van gehandicaptenparkeerkaarten;
de wijze waarop een gehandicaptenparkeerkaart in een voertuig moet worden aangebracht.
-
Het model van de gehandicaptenparkeerkaart wordt vastgesteld bij ministeriële regeling.