1. Boven de verkeersborden A1, C1, C6 tot en met C22e, E1, E3, E9, G5 en G7 van bijlage 1, behorende bij het RVV 1990, kan het woord «zone» worden aangebracht. Hieraan kan een aanduiding van het gebied van de zone worden toegevoegd.

  2. Als boven een verkeersbord het woord «zone» is aangebracht zonder aanduiding van het gebied van de zone, wordt op in aanmerking komende plaatsen bij de zonegrens een bord geplaatst waarmee het einde van de zone wordt aangeduid.

  3. Aan bord E10 van bijlage 1 bij het RVV 1990 kan een aanduiding van het gebied van de zone worden toegevoegd.