Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld omtrent:

  1. de aanstelling, de verlenging van de aanstelling van verkeersregelaars, alsmede de aanstelling van verkeersbrigadiers;

  2. het toezicht op verkeersregelaars en verkeersbrigadiers;

  3. de opleiding van verkeersbrigadiers;

  4. de opleiding en examinering van verkeersregelaars;

  5. de plaatsen waar en de tijdstippen waarop verkeersregelaars en verkeersbrigadiers hun taken mogen uitoefenen;

  6. de uitoefening van de bevoegdheden van verkeersregelaars en verkeersbrigadiers;

  7. de aanstellingspas;

  8. de gevallen waarin de aanstelling kan worden ingetrokken;

  9. de uitrusting van verkeersregelaars en verkeersbrigadiers, alsmede de begeleidingsvoertuigen en de hulpmiddelen die daarin aanwezig zijn.