De houder van een gehandicaptenparkeerkaart laat van de kaart geen gebruik maken indien het parkeren niet rechtstreeks verband houdt met het vervoer van hemzelf, dan wel van het vervoer van gehandicapten die verblijven in de instelling waaraan de kaart is verstrekt.
Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II Verkeerstekens en maatregelen ter regeling van het verkeer
§ 3 Zonale toepassing van verkeersborden
§ 4 Plaatsing en verwijdering van verkeerstekens krachtens verkeersbesluit
§ 5 Maatregelen ter regeling van het verkeer
§ 6 Verkeersbesluiten
§ 7 Plaatsing, verwijdering, kosten
§ 8 Tijdelijke plaatsing of toepassing van verkeerstekens en het tijdelijk uitvoeren van maatregelen
Hoofdstuk IIA Bewegwijzering
Hoofdstuk IIb Verkeersonderzoeken en spitsmijdenprojecten
Hoofdstuk III Vaststelling bebouwde kom
Hoofdstuk IV Gehandicaptenparkeerkaart
Hoofdstuk V Verkeersregelaars en verkeersbrigadiers
Hoofdstuk VI Strafbepaling
Hoofdstuk VII Bepalingen inzake experimenten
Hoofdstuk VIII Inwerkingtreding
Hoofdstuk IX Citeertitel
Artikel 50
Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-01-2026.
01-01-2026
Huidig
01-01-2024
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-07-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
04-09-2020
Historisch
01-08-2020
Historisch
16-03-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
De houder van een gehandicaptenparkeerkaart laat van de kaart geen gebruik maken indien het parkeren niet rechtstreeks verband houdt met het vervoer van hemzelf, dan wel van het vervoer van gehandicapten die verblijven in de instelling waaraan de kaart is verstrekt.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.