De houder van een gehandicaptenparkeerkaart laat van de kaart geen gebruik maken indien het parkeren niet rechtstreeks verband houdt met het vervoer van hemzelf, dan wel van het vervoer van gehandicapten die verblijven in de instelling waaraan de kaart is verstrekt.
Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II Verkeerstekens en maatregelen ter regeling van het verkeer
Hoofdstuk IIA Bewegwijzering
Hoofdstuk IIb Verkeersonderzoeken en spitsmijdenprojecten
Hoofdstuk III Vaststelling bebouwde kom
Hoofdstuk IV Gehandicaptenparkeerkaart
Hoofdstuk V Verkeersregelaars en verkeersbrigadiers
Hoofdstuk VI Strafbepaling
Hoofdstuk VII Bepalingen inzake experimenten
Hoofdstuk VIII Inwerkingtreding
Hoofdstuk IX Citeertitel
Artikel 50
Actueel
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.