Tot het ongedaan maken van de tijdelijke plaatsing van verkeerstekens of het tijdelijk uitvoeren van maatregelen als bedoeld in de artikelen 36 en 40 kan worden overgegaan indien:

  1. de omstandigheden als bedoeld in artikel 34 zich niet of niet langer voordoen of

  2. deze omstandigheden de plaatsing of de maatregel niet kunnen rechtvaardigen.