-
Totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de bestuursrechter te verschijnen, kan de bestuursrechter het onderzoek sluiten, indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat:
de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is,
het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is,
het beroep kennelijk ongegrond is, of
het beroep kennelijk gegrond is.
-
In de uitspraak na toepassing van het eerste lid worden partijen gewezen op artikel 8:55, eerste lid.
Algemene wet bestuursrecht Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 29-03-2026.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen
Hoofdstuk 2 Verkeer met bestuursorganen
Afdeling 2.1 Algemene bepalingen
Afdeling 2.2 Gebruik van de taal in het bestuurlijk verkeer
Afdeling 2.3 Verkeer langs elektronische weg
Paragraaf 2.3.1 Algemeen
Paragraaf 2.3.2 Verzending door een bestuursorgaan
Paragraaf 2.3.3 Verzending aan een bestuursorgaan
Paragraaf 2.3.4 Tijdstip van verzending en ontvangst
Paragraaf 2.3.5 Wettelijke termijnen
Paragraaf 2.3.6 Bewijslast
Paragraaf 2.3.7 Tijdelijke afwijking van deze afdeling
Paragraaf 2.3.8 Regels over bewaren en vernietigen
Hoofdstuk 3 Algemene bepalingen over besluiten
Afdeling 3.1 Inleidende bepalingen
Afdeling 3.2 Zorgvuldigheid en belangenafweging
Afdeling 3.4 Uniforme openbare voorbereidingsprocedure
Afdeling 3.4a Informatie over samenhangende besluiten
Afdeling 3.5 Coördinatie van samenhangende besluiten
Afdeling 3.6 Bekendmaking en mededeling
Hoofdstuk 4 Bijzondere bepalingen over besluiten
Titel 4.1 Beschikkingen
Afdeling 4.1.2 De voorbereiding
Afdeling 4.1.3 Beslistermijn
Titel 4.2 Subsidies
Afdeling 4.2.1 Inleidende bepalingen
Afdeling 4.2.2 Het subsidieplafond
Afdeling 4.2.3 De subsidieverlening
Afdeling 4.2.4 Verplichtingen van de subsidie-ontvanger
Afdeling 4.2.5 De subsidievaststelling
Afdeling 4.2.6 Intrekking en wijziging
Afdeling 4.2.7 Betaling en terugvordering
Afdeling 4.2.8 Per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen
Paragraaf 4.2.8.1 Inleidende bepalingen
Paragraaf 4.2.8.2 De aanvraag
Paragraaf 4.2.8.3 De subsidieverlening
Paragraaf 4.2.8.4 Verplichtingen van de subsidie-ontvanger
Paragraaf 4.2.8.5 De subsidievaststelling
Titel 4.3 Beleidsregels
Titel 4.4 Bestuursrechtelijke geldschulden
Afdeling 4.4.1 Vaststelling en inhoud van de verplichting tot betaling
Afdeling 4.4.2 Verzuim en wettelijke rente
Afdeling 4.4.3 Verjaring
Afdeling 4.4.4 Aanmaning en invordering bij dwangbevel
Paragraaf 4.4.4.1 De aanmaning
Afdeling 4.4.5 Bezwaar en beroep
Titel 4.5 Nadeelcompensatie
Hoofdstuk 5 Handhaving
Titel 5.1 Algemene bepalingen
Titel 5.2 Toezicht op de naleving
Titel 5.3 Herstelsancties
Afdeling 5.3.1 Last onder bestuursdwang
Titel 5.4 Bestuurlijke boete
Hoofdstuk 6 Algemene bepalingen over bezwaar en beroep
Afdeling 6.1 Inleidende bepalingen
Hoofdstuk 7 Bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep
Afdeling 7.1 Bezwaarschrift voorafgaand aan beroep bij de bestuursrechter
Afdeling 7.2 Bijzondere bepalingen over bezwaar
Afdeling 7.3 Bijzondere bepalingen over administratief beroep
Hoofdstuk 8 Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen bij de bestuursrechter
Titel 8.1 Algemene bepalingen over het beroep in eerste aanleg
Afdeling 8.1.1 Bevoegdheid
Afdeling 8.1.2 Behandeling door een enkelvoudige, meervoudige of grote kamer
Afdeling 8.1.2a Conclusie
Afdeling 8.1.2b Opmerkingen door anderen dan partijen
Afdeling 8.1.3 Verwijzing, voeging en splitsing
Afdeling 8.1.4 Wraking en verschoning van rechters
Afdeling 8.1.5 Partijen
Afdeling 8.1.6 Getuigen, deskundigen en tolken
Afdeling 8.1.6a Verkeer langs elektronische weg met de bestuursrechter
Afdeling 8.1.7 Verzending van stukken
Titel 8.2 Behandeling van het beroep in eerste aanleg
Afdeling 8.2.1 Griffierecht
Afdeling 8.2.1a Algemene bepaling
Afdeling 8.2.2 Vooronderzoek
Afdeling 8.2.2a Bestuurlijke lus
Afdeling 8.2.3 Versnelde behandeling
Afdeling 8.2.4 Vereenvoudigde behandeling
Afdeling 8.2.4a Beroep bij niet tijdig handelen
Afdeling 8.2.5 Onderzoek ter zitting
Afdeling 8.2.6 Uitspraak
Afdeling 8.2.7 Tussenuitspraak
Titel 8.3 Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak
Titel 8.4 Schadevergoeding
Titel 8.5 Hoger beroep
Titel 8.6 Herziening
Hoofdstuk 9 Klachtbehandeling
Titel 9.1 Klachtbehandeling door een bestuursorgaan
Afdeling 9.1.1 Algemene bepalingen
Afdeling 9.1.2 De behandeling van klaagschriften
Afdeling 9.1.3 Aanvullende bepalingen voor een klachtadviesprocedure
Titel 9.2 Klachtbehandeling door een ombudsman
Afdeling 9.2.1 Algemene bepalingen
Afdeling 9.2.2 Bevoegdheid
Hoofdstuk 10 Bepalingen over bestuursorganen
Titel 10.1 Mandaat, delegatie en attributie
Titel 10.2 Toezicht op bestuursorganen
Afdeling 10.2.1 Goedkeuring
Afdeling 10.2.2 Vernietiging
Hoofdstuk 11 Slotbepalingen
Bijlage 1 Regeling rechtstreeks beroep (artikel 7:1, eerste lid, onderdeel g)
Bijlage 2 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (artikelen 8:5, 8:6, 8:7, 8:105 en 8:106)
Hoofdstuk 2 Beroep in eerste aanleg bij een bijzondere bestuursrechter (artikelen 8:4, tweede lid, en 8:6)
Hoofdstuk 3 Beroep in eerste aanleg bij een andere rechtbank (artikel 8:7, derde lid)
Hoofdstuk 4 Hoger beroep (artikelen 8:105 en 8:106, eerste lid, onder a)
Bijlage 3 Regeling verlaagd griffierecht (artikelen 8:41 en 8:109)
Afdeling 8.2.4
Artikel 8:54a
-
Totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de bestuursrechter te verschijnen, kan de bestuursrechter het onderzoek sluiten, indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat het bestuursorgaan kennelijk ten onrechte heeft ingestemd met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter.
-
In dat geval strekt de uitspraak ertoe dat het bestuursorgaan het beroepschrift als bezwaarschrift behandelt. Artikel 7:10 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8:55
-
Tegen de uitspraak, bedoeld in artikel 8:54, tweede lid, kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan verzet doen bij de bestuursrechter.
-
De artikelen 6:4, derde lid, 6:5 tot en met 6:9, 6:11, 6:14, 6:15, 6:17 en 6:21 zijn van overeenkomstige toepassing.
-
Indien bij wet de werking van een uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken of, indien hoger beroep is ingesteld, op het hoger beroep is beslist, wordt de werking van de uitspraak, bedoeld in artikel 8:54, tweede lid, op overeenkomstige wijze opgeschort.
-
Alvorens uitspraak te doen op het verzet, stelt de bestuursrechter de indiener van het verzetschrift die daarom heeft gevraagd, in de gelegenheid op een zitting te worden gehoord, tenzij hij van oordeel is dat het verzet gegrond is. In andere gevallen kan de bestuursrechter de indiener in de gelegenheid stellen op een zitting te worden gehoord.
-
De bestuursrechter kan ook de andere partijen in de gelegenheid stellen op de zitting, bedoeld in het vierde lid, te worden gehoord.
-
Indien de uitspraak waartegen verzet is gedaan, is gedaan door een meervoudige kamer, wordt uitspraak op het verzet gedaan door een meervoudige kamer. Van de kamer die uitspraak doet op het verzet maakt geen deel uit degene die zitting heeft gehad in de kamer die de uitspraak heeft gedaan waartegen verzet is gedaan.
-
De uitspraak strekt tot:
niet-ontvankelijkverklaring van het verzet,
ongegrondverklaring van het verzet, of
gegrondverklaring van het verzet.
-
Indien de bestuursrechter het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaart, blijft de uitspraak waartegen verzet was gedaan in stand.
-
Indien de bestuursrechter het verzet gegrond verklaart, vervalt de uitspraak waartegen verzet was gedaan en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
-
Indien de bestuursrechter het verzet gegrond verklaart, kan hij tevens uitspraak doen op het beroep, mits:
nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, en
de partijen in de gelegenheid zijn gesteld op een zitting te worden gehoord en daarbij zijn gewezen op de bevoegdheid om tevens uitspraak te doen op het beroep.