Algemene wet bestuursrecht Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 29-03-2026.

Inhoud
Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen
Hoofdstuk 2 Verkeer met bestuursorganen
Hoofdstuk 3 Algemene bepalingen over besluiten
Hoofdstuk 4 Bijzondere bepalingen over besluiten
Titel 4.1 Beschikkingen
Titel 4.2 Subsidies
Titel 4.3 Beleidsregels
Titel 4.4 Bestuursrechtelijke geldschulden
Titel 4.5 Nadeelcompensatie
Hoofdstuk 5 Handhaving
Hoofdstuk 6 Algemene bepalingen over bezwaar en beroep
Hoofdstuk 7 Bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep
Hoofdstuk 8 Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen bij de bestuursrechter
Titel 8.1 Algemene bepalingen over het beroep in eerste aanleg
Titel 8.2 Behandeling van het beroep in eerste aanleg
Titel 8.3 Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak
Titel 8.4 Schadevergoeding
Titel 8.5 Hoger beroep
Titel 8.6 Herziening
Hoofdstuk 9 Klachtbehandeling
Hoofdstuk 10 Bepalingen over bestuursorganen
Hoofdstuk 11 Slotbepalingen
Bijlage 1 Regeling rechtstreeks beroep (artikel 7:1, eerste lid, onderdeel g)
Bijlage 2 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (artikelen 8:5, 8:6, 8:7, 8:105 en 8:106)
Hoofdstuk 2 Beroep in eerste aanleg bij een bijzondere bestuursrechter (artikelen 8:4, tweede lid, en 8:6)
Hoofdstuk 3 Beroep in eerste aanleg bij een andere rechtbank (artikel 8:7, derde lid)
Hoofdstuk 4 Hoger beroep (artikelen 8:105 en 8:106, eerste lid, onder a)
Bijlage 3 Regeling verlaagd griffierecht (artikelen 8:41 en 8:109)

Afdeling 8.2.3

Versnelde behandeling

Artikel 8:52

  1. De bestuursrechter kan, indien de zaak spoedeisend is, bepalen dat deze versneld wordt behandeld.

  2. In dat geval kan de bestuursrechter:

    1. de in artikel 8:41, vijfde lid, bedoelde termijn verkorten,

    2. de in artikel 8:42, eerste lid, bedoelde termijnen verkorten,

    3. artikel 8:43, tweede lid, geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten,

    4. artikel 8:47, derde lid, geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten,

    5. de in artikel 8:47, vijfde lid, bedoelde termijn verkorten, en

    6. de in artikel 8:58, eerste lid, bedoelde termijn verkorten.

  3. Indien de bestuursrechter bepaalt dat de zaak versneld wordt behandeld, bepaalt hij tevens zo spoedig mogelijk het tijdstip waarop de zitting zal plaatsvinden en doet hij daarvan onverwijld mededeling aan partijen. Artikel 8:56 is niet van toepassing.

Artikel 8:53

Blijkt aan de bestuursrechter bij de behandeling dat de zaak niet voldoende spoedeisend is om een versnelde behandeling te rechtvaardigen of dat de zaak een gewone behandeling vordert, dan bepaalt hij dat de zaak verder op de gewone wijze wordt behandeld.

← terug naar Algemene wet bestuursrecht