-
Deze titel is van toepassing op geldschulden die voortvloeien uit:
een wettelijk voorschrift dat een verplichting tot betaling uitsluitend aan of door een bestuursorgaan regelt, of
een besluit dat vatbaar is voor bezwaar of beroep.
-
Deze titel is niet van toepassing op verplichtingen tot betaling van een geldsom voor het in behandeling nemen van een aanvraag.
-
Deze titel is niet van toepassing op verplichtingen tot betaling die bij uitspraak van de bestuursrechter zijn opgelegd.
Algemene wet bestuursrecht Laatste controle 30-03-2026, laatste wijziging 30-03-2026.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen
Hoofdstuk 2 Verkeer met bestuursorganen
Afdeling 2.1 Algemene bepalingen
Afdeling 2.2 Gebruik van de taal in het bestuurlijk verkeer
Afdeling 2.3 Verkeer langs elektronische weg
Paragraaf 2.3.1 Algemeen
Paragraaf 2.3.2 Verzending door een bestuursorgaan
Paragraaf 2.3.3 Verzending aan een bestuursorgaan
Paragraaf 2.3.4 Tijdstip van verzending en ontvangst
Paragraaf 2.3.5 Wettelijke termijnen
Paragraaf 2.3.6 Bewijslast
Paragraaf 2.3.7 Tijdelijke afwijking van deze afdeling
Paragraaf 2.3.8 Regels over bewaren en vernietigen
Hoofdstuk 3 Algemene bepalingen over besluiten
Afdeling 3.1 Inleidende bepalingen
Afdeling 3.2 Zorgvuldigheid en belangenafweging
Afdeling 3.4 Uniforme openbare voorbereidingsprocedure
Afdeling 3.4a Informatie over samenhangende besluiten
Afdeling 3.5 Coördinatie van samenhangende besluiten
Afdeling 3.6 Bekendmaking en mededeling
Hoofdstuk 4 Bijzondere bepalingen over besluiten
Titel 4.1 Beschikkingen
Afdeling 4.1.2 De voorbereiding
Afdeling 4.1.3 Beslistermijn
Titel 4.2 Subsidies
Afdeling 4.2.1 Inleidende bepalingen
Afdeling 4.2.2 Het subsidieplafond
Afdeling 4.2.3 De subsidieverlening
Afdeling 4.2.4 Verplichtingen van de subsidie-ontvanger
Afdeling 4.2.5 De subsidievaststelling
Afdeling 4.2.6 Intrekking en wijziging
Afdeling 4.2.7 Betaling en terugvordering
Afdeling 4.2.8 Per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen
Paragraaf 4.2.8.1 Inleidende bepalingen
Paragraaf 4.2.8.2 De aanvraag
Paragraaf 4.2.8.3 De subsidieverlening
Paragraaf 4.2.8.4 Verplichtingen van de subsidie-ontvanger
Paragraaf 4.2.8.5 De subsidievaststelling
Titel 4.3 Beleidsregels
Titel 4.4 Bestuursrechtelijke geldschulden
Afdeling 4.4.1 Vaststelling en inhoud van de verplichting tot betaling
Afdeling 4.4.2 Verzuim en wettelijke rente
Afdeling 4.4.3 Verjaring
Afdeling 4.4.4 Aanmaning en invordering bij dwangbevel
Paragraaf 4.4.4.1 De aanmaning
Afdeling 4.4.5 Bezwaar en beroep
Titel 4.5 Nadeelcompensatie
Hoofdstuk 5 Handhaving
Titel 5.1 Algemene bepalingen
Titel 5.2 Toezicht op de naleving
Titel 5.3 Herstelsancties
Afdeling 5.3.1 Last onder bestuursdwang
Titel 5.4 Bestuurlijke boete
Hoofdstuk 6 Algemene bepalingen over bezwaar en beroep
Afdeling 6.1 Inleidende bepalingen
Hoofdstuk 7 Bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep
Afdeling 7.1 Bezwaarschrift voorafgaand aan beroep bij de bestuursrechter
Afdeling 7.2 Bijzondere bepalingen over bezwaar
Afdeling 7.3 Bijzondere bepalingen over administratief beroep
Hoofdstuk 8 Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen bij de bestuursrechter
Titel 8.1 Algemene bepalingen over het beroep in eerste aanleg
Afdeling 8.1.1 Bevoegdheid
Afdeling 8.1.2 Behandeling door een enkelvoudige, meervoudige of grote kamer
Afdeling 8.1.2a Conclusie
Afdeling 8.1.2b Opmerkingen door anderen dan partijen
Afdeling 8.1.3 Verwijzing, voeging en splitsing
Afdeling 8.1.4 Wraking en verschoning van rechters
Afdeling 8.1.5 Partijen
Afdeling 8.1.6 Getuigen, deskundigen en tolken
Afdeling 8.1.6a Verkeer langs elektronische weg met de bestuursrechter
Afdeling 8.1.7 Verzending van stukken
Titel 8.2 Behandeling van het beroep in eerste aanleg
Afdeling 8.2.1 Griffierecht
Afdeling 8.2.1a Algemene bepaling
Afdeling 8.2.2 Vooronderzoek
Afdeling 8.2.2a Bestuurlijke lus
Afdeling 8.2.3 Versnelde behandeling
Afdeling 8.2.4 Vereenvoudigde behandeling
Afdeling 8.2.4a Beroep bij niet tijdig handelen
Afdeling 8.2.5 Onderzoek ter zitting
Afdeling 8.2.6 Uitspraak
Afdeling 8.2.7 Tussenuitspraak
Titel 8.3 Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak
Titel 8.4 Schadevergoeding
Titel 8.5 Hoger beroep
Titel 8.6 Herziening
Hoofdstuk 9 Klachtbehandeling
Titel 9.1 Klachtbehandeling door een bestuursorgaan
Afdeling 9.1.1 Algemene bepalingen
Afdeling 9.1.2 De behandeling van klaagschriften
Afdeling 9.1.3 Aanvullende bepalingen voor een klachtadviesprocedure
Titel 9.2 Klachtbehandeling door een ombudsman
Afdeling 9.2.1 Algemene bepalingen
Afdeling 9.2.2 Bevoegdheid
Hoofdstuk 10 Bepalingen over bestuursorganen
Titel 10.1 Mandaat, delegatie en attributie
Titel 10.2 Toezicht op bestuursorganen
Afdeling 10.2.1 Goedkeuring
Afdeling 10.2.2 Vernietiging
Hoofdstuk 11 Slotbepalingen
Bijlage 1 Regeling rechtstreeks beroep (artikel 7:1, eerste lid, onderdeel g)
Bijlage 2 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (artikelen 8:5, 8:6, 8:7, 8:105 en 8:106)
Hoofdstuk 2 Beroep in eerste aanleg bij een bijzondere bestuursrechter (artikelen 8:4, tweede lid, en 8:6)
Hoofdstuk 3 Beroep in eerste aanleg bij een andere rechtbank (artikel 8:7, derde lid)
Hoofdstuk 4 Hoger beroep (artikelen 8:105 en 8:106, eerste lid, onder a)
Bijlage 3 Regeling verlaagd griffierecht (artikelen 8:41 en 8:109)
Afdeling 4.4.1
Artikel 4:86
-
De verplichting tot betaling van een geldsom wordt bij beschikking vastgesteld.
-
De beschikking vermeldt in ieder geval:
de te betalen geldsom;
de termijn waarbinnen de betaling moet plaatsvinden.
Artikel 4:87
-
De betaling geschiedt binnen zes weken nadat de beschikking op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, tenzij de beschikking een later tijdstip vermeldt.
-
Bij of krachtens wettelijk voorschrift kan een andere termijn voor de betaling worden vastgesteld.
Artikel 4:88
-
Bij wettelijk voorschrift kan worden bepaald dat een geldsom moet worden betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
-
In dat geval wordt tevens bepaald binnen welke termijn de betaling moet plaatsvinden.
-
Indien de belanghebbende binnen redelijke termijn daarom verzoekt wordt de op het bestuursorgaan rustende verplichting tot betaling zo spoedig mogelijk alsnog bij beschikking vastgesteld.
Artikel 4:89
-
Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, geschiedt betaling door bijschrijving op een daartoe door de schuldeiser bestemde bankrekening.
-
Betaling geschiedt in euro, tenzij bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan anders is bepaald.
-
Betaling door bijschrijving op een bankrekening geschiedt op het tijdstip waarop de rekening van de schuldeiser wordt gecrediteerd.
-
Bij wettelijk voorschrift kan worden bepaald dat betaling aan een ander dan de schuldeiser geschiedt.
Artikel 4:90
-
Indien girale betaling naar het oordeel van het bestuursorgaan bezwaarlijk is, kan het betaling in andere vorm ontvangen of verrichten.
-
De schuldeiser is verplicht voor iedere contante betaling een kwitantie af te geven, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.
Artikel 4:91
-
De kosten van betaling komen ten laste van de schuldenaar.
-
Indien een bestuursorgaan betaalt aan een schuldeiser buiten de Europese Unie, kunnen de daaraan verbonden kosten op het te betalen bedrag in mindering worden gebracht, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.
Artikel 4:92
-
Betaling ter voldoening van een bepaalde geldschuld strekt in de eerste plaats tot mindering van de kosten, vervolgens tot mindering van de verschenen rente en ten slotte tot mindering van de hoofdsom en de lopende rente.
-
Indien een schuldenaar verschillende geldschulden heeft bij dezelfde schuldeiser, kan de schuldenaar bij de betaling de geldschuld aanwijzen waaraan de betaling moet worden toegerekend.
Artikel 4:93
-
Verrekening van een geldschuld met een bestaande vordering geschiedt slechts voor zover in de bevoegdheid daartoe bij wettelijk voorschrift is voorzien.
-
Verrekening geschiedt onder vermelding van de vordering waarmee de geldschuld is verrekend alsmede de hoogte van het bedrag van de verrekening.
-
De verrekening werkt terug overeenkomstig artikel 129, eerste en tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
-
De schuldenaar is niet bevoegd tot verrekening voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn.
-
Uitstel van betaling staat aan verrekening niet in de weg.
Artikel 4:94
-
Het bestuursorgaan kan de wederpartij uitstel van betaling verlenen.
-
Gedurende het uitstel kan het bestuursorgaan niet aanmanen of invorderen.
-
De beschikking tot uitstel van betaling vermeldt de termijn waarvoor het uitstel geldt.
-
Het bestuursorgaan kan aan de beschikking tot uitstel van betaling voorschriften verbinden.
Artikel 4:94a
Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, kan een bestuursorgaan een geldschuld geheel of gedeeltelijk kwijtschelden indien de nadelige gevolgen van de invordering onevenredig zijn in verhouding tot de met de invordering te dienen doelen.
Artikel 4:95
-
Het bestuursorgaan kan vooruitlopend op de vaststelling van een verplichting tot betaling van een geldsom een voorschot verlenen indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.
-
In de beschikking tot verlening van een voorschot kan, in afwijking van artikel 4:86, tweede lid, onderdeel a, worden volstaan met de vermelding van de wijze waarop het bedrag van het voorschot wordt bepaald.
-
Bij de beschikking tot verlening van een voorschot kan een van artikel 4:87, eerste lid, afwijkende termijn voor de betaling van het voorschot worden vastgesteld.
-
Betaalde voorschotten worden verrekend met de te betalen geldsom. Onverschuldigd betaalde voorschotten kunnen worden teruggevorderd.
-
Het bestuursorgaan kan het terug te vorderen voorschot bij dwangbevel invorderen voor zover deze bevoegdheid ook ten aanzien van de terugvordering van de hoofdsom is toegekend.
-
Het bestuursorgaan kan aan de beschikking tot verlening van een voorschot voorschriften verbinden.
Artikel 4:96
-
Het bestuursorgaan kan de beschikking tot uitstel van betaling onderscheidenlijk tot verlening van een voorschot intrekken of wijzigen:
indien de voorschriften niet worden nageleefd;
indien de wederpartij onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking zou hebben geleid, of
voor zover veranderde omstandigheden zich verzetten tegen voortduring van het uitstel onderscheidenlijk tegen de verlening van het voorschot.
-
De verplichting tot betaling van een voorschot wordt opgeschort met ingang van de dag waarop het bestuursorgaan aan de wederpartij schriftelijk kennis geeft van het ernstige vermoeden dat er grond bestaat om toepassing te geven aan het eerste lid, aanhef en onder a of b, tot en met de dag waarop de beschikking omtrent intrekking of wijziging is bekendgemaakt of de dag waarop sedert de kennisgeving van het ernstige vermoeden dertien weken zijn verstreken.