Algemene wet bestuursrecht Laatste controle 30-03-2026, laatste wijziging 30-03-2026.

Inhoud
Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen
Hoofdstuk 2 Verkeer met bestuursorganen
Hoofdstuk 3 Algemene bepalingen over besluiten
Hoofdstuk 4 Bijzondere bepalingen over besluiten
Titel 4.1 Beschikkingen
Titel 4.2 Subsidies
Titel 4.3 Beleidsregels
Titel 4.4 Bestuursrechtelijke geldschulden
Titel 4.5 Nadeelcompensatie
Hoofdstuk 5 Handhaving
Hoofdstuk 6 Algemene bepalingen over bezwaar en beroep
Hoofdstuk 7 Bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep
Hoofdstuk 8 Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen bij de bestuursrechter
Titel 8.1 Algemene bepalingen over het beroep in eerste aanleg
Titel 8.2 Behandeling van het beroep in eerste aanleg
Titel 8.3 Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak
Titel 8.4 Schadevergoeding
Titel 8.5 Hoger beroep
Titel 8.6 Herziening
Hoofdstuk 9 Klachtbehandeling
Hoofdstuk 10 Bepalingen over bestuursorganen
Hoofdstuk 11 Slotbepalingen
Bijlage 1 Regeling rechtstreeks beroep (artikel 7:1, eerste lid, onderdeel g)
Bijlage 2 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (artikelen 8:5, 8:6, 8:7, 8:105 en 8:106)
Hoofdstuk 2 Beroep in eerste aanleg bij een bijzondere bestuursrechter (artikelen 8:4, tweede lid, en 8:6)
Hoofdstuk 3 Beroep in eerste aanleg bij een andere rechtbank (artikel 8:7, derde lid)
Hoofdstuk 4 Hoger beroep (artikelen 8:105 en 8:106, eerste lid, onder a)
Bijlage 3 Regeling verlaagd griffierecht (artikelen 8:41 en 8:109)

Afdeling 4.2.5

De subsidievaststelling

Artikel 4:42

De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag overeenkomstig afdeling 4.2.7.

Artikel 4:43

  1. Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, bevat de beschikking tot subsidievaststelling een aanduiding van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt.

  2. De artikelen 4:32, 4:35, tweede en derde lid, 4:38 en 4:39 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4:44

  1. Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, dient de subsidie-ontvanger na afloop van de activiteiten of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in, tenzij:

    1. de subsidie met toepassing van artikel 4:47, onderdeel a, ambtshalve wordt vastgesteld;

    2. bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald dat de aanvraag wordt ingediend telkens na afloop van een gedeelte van het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend, of

    3. de vaststelling van de subsidie bij een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36, eerste lid, anders is geregeld.

  2. Indien bij wettelijk voorschrift geen termijn is bepaald, wordt de aanvraag tot vaststelling ingediend binnen een bij de subsidieverlening te bepalen termijn.

  3. Indien voor de indiening van de aanvraag tot vaststelling geen termijn is bepaald of de aanvraag na afloop van de daarvoor bepaalde termijn niet is ingediend kan het bestuursorgaan de subsidie-ontvanger een termijn stellen binnen welke de aanvraag moet zijn ingediend.

  4. Indien na afloop van deze termijn geen aanvraag is ingediend, kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld.

Artikel 4:45

  1. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling toont de aanvrager aan dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de subsidie verbonden verplichtingen, tenzij de subsidie voor de aanvang van de activiteiten wordt vastgesteld.

  2. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de aanvrager rekening en verantwoording af omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn.

Artikel 4:46

  1. Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, stelt het bestuursorgaan de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vast.

  2. De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:

    1. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;

    2. de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;

    3. de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of

    4. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten.

  3. Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, worden kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen.

Artikel 4:47

Het bestuursorgaan kan de subsidie geheel of gedeeltelijk ambtshalve vaststellen, indien:

  1. bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening een termijn is bepaald binnen welke de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld;

  2. toepassing wordt gegeven aan artikel 4:44, vierde lid, of

  3. de beschikking tot subsidieverlening of de beschikking tot subsidievaststelling wordt ingetrokken of ten nadele van de ontvanger wordt gewijzigd.

← terug naar Algemene wet bestuursrecht