De bestuursrechter deelt partijen mede op welke wijze het beroep verder wordt behandeld binnen vier weken na:

  1. ontvangst van de mededeling van het bestuursorgaan dat het geen gebruik maakt van de gelegenheid om het gebrek te herstellen of te laten herstellen;

  2. het ongebruikt verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 8:51a, tweede lid;

  3. ontvangst van de zienswijzen; of

  4. het ongebruikt verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 8:51b, derde lid.