1. Bij algemene maatregel van bestuur kan tijdelijk worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens deze afdeling, voor zover dat nodig is wegens nieuwe technische ontwikkelingen. Indien daarbij wordt afgeweken van in deze afdeling geboden waarborgen, wordt een gelijkwaardig alternatief opgenomen.

  2. Bij toepassing van het eerste lid wordt in ieder geval geregeld van welke bepaling of bepalingen, door welke bestuursorganen of belanghebbenden, op welke wijze en gedurende welke periode wordt afgeweken.

  3. De voordracht voor de algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

  4. Onze Minister zendt ten minste twaalf maanden voor het einde van de werkingsduur van de algemene maatregel van bestuur aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de toepassing van de nieuwe ontwikkelingen in relatie tot elektronisch bestuurlijk verkeer, alsmede een standpunt inzake de voortzetting anders dan bij algemene maatregel van bestuur.